ECLI:NL:CRVB:2014:2648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens vruchtgebruik onroerend goed in buitenland en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2004 bijstand en verbleef langdurig in Turkije. Onderzoek door het Internationaal Bureau Fraude-Informatie toonde aan dat zij geregistreerd stond als vruchtgebruiker van een appartement in Turkije, dat door haar zoon werd verhuurd. Het college beëindigde daarom de bijstand wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat het vruchtgebruik slechts een beschermingsconstructie was en zij geen voordeel genoot van het appartement, omdat de huurinkomsten aan haar zoon werden betaald. De Raad oordeelde dat vruchtgebruik recht geeft op inkomsten en dat appellante onvoldoende informatie had verstrekt over de waarde en huuropbrengsten, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij bijstandbehoevend was.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat het college de bijstand terecht had beëindigd. Ook werd opgemerkt dat een strafrechtelijke vrijspraak wegens twijfel over opzet niet relevant was voor deze bestuursrechtelijke beoordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van volledige en duidelijke informatieverstrekking over vermogen en inkomsten bij het recht op bijstand, zeker bij complexe vermogensconstructies in het buitenland.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.
Uitkomst: De bijstand van appellante is terecht beëindigd vanwege het vruchtgebruik van een appartement en onvoldoende informatieverstrekking.