ECLI:NL:CRVB:2014:2654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie eigen risico Zvw wegens niet voldoen aan voorwaarden
Appellant heeft compensatie van het eigen risico (CER) aangevraagd voor de jaren 2010 en 2011, maar deze aanvragen zijn door het CAK afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de bijbehorende Regeling zorgverzekering (Rzv).
De rechtbank Utrecht heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij is overwogen dat het door appellant gebruikte geneesmiddel Sotalol niet voorkomt op de lijst van geneesmiddelen in Bijlage 9 van de Rzv, waardoor het middel niet meegeteld kon worden bij de beoordeling van de geneesmiddelenvoorwaarde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het middel Sotalol onterecht niet werd meegeteld en dat dit tot rechtsongelijkheid leidt, omdat een vergelijkbaar middel wel op de lijst staat. De Raad oordeelt dat het CAK gebonden is aan de wettelijke systematiek en geen ruimte heeft om andere geneesmiddelen mee te wegen dan die in Bijlage 9 zijn opgenomen.
De Raad benadrukt dat Bijlage 9 een algemeen verbindend voorschrift is en dat de rechter dit in beginsel moet respecteren, tenzij sprake is van strijd met geschreven of ongeschreven recht, wat hier niet het geval is. De memorie van toelichting toont aan dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een uitvoerbare afbakening van de doelgroep voor de CER.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de CER-aanvragen.