ECLI:NL:CRVB:2014:268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.C.W. Lange
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit over AOW-verzekering op grond van verdragsrecht tussen Nederland en Turkije
Appellante, woonachtig in Turkije en gehuwd met een man die van 1970 tot 2007 in Nederland woonde en werkte, was niet erkend als verzekerd voor de AOW over de periode 1 januari 2000 tot 14 mei 2007. De rechtbank had geoordeeld dat zij op grond van artikel 24 van Pro het Verdrag tussen Nederland en Turkije geen rechten kon ontlenen aan de vrijwillige verzekering van haar echtgenoot.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk verzekerd moest zijn omdat haar echtgenoot premies had betaald voor de vrijwillige verzekering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde dat artikel 24 alleen Pro ziet op verplichte verzekering en niet op vrijwillige verzekering.
De Raad bekeek de tekst en context van het Verdrag en concludeerde dat artikel 24 de Pro term "verzekerde" gebruikt zonder onderscheid te maken tussen verplicht of vrijwillig verzekerd. De vrijwillige verzekering valt onder de omschrijving van tijdvakken van verzekering, zodat appellante hieraan rechten kan ontlenen.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, herroept het besluit van 27 juni 2011 voor het genoemde tijdvak en veroordeelt de Svb in de proceskosten. Tevens beveelt de Raad dat de Svb nog een besluit neemt over de periode vanaf 14 mei 2007 tot 11 maart 2012 betreffende toelating tot vrijwillige verzekering.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep gegrond en herroept het besluit waardoor appellante niet verzekerd werd geacht voor de AOW over 2000-2007.