ECLI:NL:CRVB:2014:2687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging AOW-pensioen wegens vermeende onttrekking strafuitvoering
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om het AOW-pensioen van betrokkene te beëindigen wegens vermeende onttrekking aan de uitvoering van een opgelegde vrijheidsstraf.
De Raad stelde vast dat onvoldoende is aangetoond dat betrokkene zich op de datum in geding aan de tenuitvoerlegging van zijn straf heeft onttrokken. Uit onderzoek bleek dat de justitiële organen beschikten over adresgegevens van betrokkene in Thailand, maar geen pogingen hadden ondernomen om hem op te roepen terug te keren of om uitlevering te verzoeken.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene voortvluchtig was, mede omdat het niet aannemelijk is dat betrokkene bewust de strafuitvoering ontweek. Het besluit tot beëindiging van het AOW-pensioen werd vernietigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het AOW-pensioen wordt vernietigd omdat niet aannemelijk is dat betrokkene zich aan de strafuitvoering heeft onttrokken.