ECLI:NL:CRVB:2014:2698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en buiten behandeling stellen aanvraag
Appellant ontving bijstand vanaf augustus 2008, maar het college trok deze per december 2010 in vanwege schending van de inlichtingenplicht. Na een nieuwe aanvraag in 2011 werd deze buiten behandeling gesteld omdat appellant niet alle gevraagde gegevens binnen de hersteltermijn aanleverde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet over alle processtukken beschikte en dat het college onredelijke informatie vroeg. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was de gevraagde gegevens te verstrekken, ook niet om gezondheidsredenen. Verder was appellant niet geschaad door het ontbreken van bepaalde stukken bij zijn gemachtigde.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en de bijstand in te trekken vanwege onvoldoende duidelijkheid over inkomsten en vermogen. Appellant kon niet aantonen dat hij recht had op bijstand in de betwiste periode. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van bijstand en het buiten behandeling stellen van de aanvraag worden bevestigd.