ECLI:NL:CRVB:2014:2772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding immateriële schade wegens vertraagde uitbetaling voorschot WWB
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem om geen vergoeding toe te kennen voor immateriële schade veroorzaakt door de vertraagde uitbetaling van een voorschot op de bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).
De rechtbank Noord-Holland had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat niet was gebleken dat de vertraging in de uitbetaling een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer opleverde. De brief van de huisarts van appellant, waarin geen verband werd gelegd tussen de gezondheidsklachten en de vertraagde betaling, leidde niet tot een ander oordeel.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad verwijst naar jurisprudentie waarin is bepaald dat een niet tijdige uitkering slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden aangemerkt als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De omstandigheden van dit geval voldoen niet aan die uitzonderingscriteria.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De vergoeding van immateriële schade wegens vertraagde uitbetaling van het voorschot wordt afgewezen.