Uitspraak
OVERWEGINGEN
7 maart 2012 zorgvuldig heeft bestudeerd en een reactie daarop heeft gegeven.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding wegens klachten aan de linkerschouder. Het UWV beëindigde de uitkering per 22 maart 2012 na medisch onderzoek, omdat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard na bevestiging door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, maar kon geen nieuwe medische informatie overleggen die dit ondersteunde.
De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid, en dat het UWV voldoende zorgvuldig had gehandeld. De psychische klachten waren meegenomen in de beoordeling en er waren geen aanwijzingen dat deze waren onderschat. De Raad bevestigde daarom het oordeel dat appellant geschikt was voor zijn arbeid en bevestigde de beëindiging van de Ziektewet-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn arbeid.