ECLI:NL:CRVB:2014:2808
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en periodieke uitkering op grond van de Wubo
Appellante, geboren in 1943 in Nederlands-Indië, vroeg in 2012 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij stelde beschietingen in Susteren te hebben meegemaakt en te zijn geëvacueerd via een trein die op Duits grondgebied zou zijn beschoten.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs dat appellante direct betrokken was bij oorlogsgeweld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De evacuatielijst bevestigt wel de evacuatie, maar er is geen bewijs dat deze onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond. Ook ontbreekt bevestiging dat de trein waarmee appellante reisde is beschoten.
De Raad stelt dat verklaringen van betrokkene zonder aanvullende objectieve gegevens onvoldoende zijn. Er is geen bewijs van directe betrokkenheid bij bombardementen of beschietingen. Ook het beroep op ongelijke behandeling faalt, omdat in andere gevallen wel bevestiging van directe betrokkenheid bestond.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.