Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 23 juli 2012 ongegrond;
- vernietigt het besluit van 7 januari 2013.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene en haar ex-partner hebben een gezamenlijke huishouding gevoerd en ontvingen gezamenlijk inkomensvoorzieningen en bijstand. Appellant stelde vast dat betrokkene geen melding had gemaakt van transacties met auto’s, waardoor de rechtmatigheid van de uitkeringen niet kon worden vastgesteld. Daarom werd de inkomensvoorziening en bijstand over bepaalde maanden ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond vanwege het ontbreken van voldoende gemotiveerde betwisting van dringende redenen door appellant, waardoor werd aangenomen dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte het bestaan van dringende redenen aannam zonder deze te benoemen en te toetsen aan het beleid.
De Raad oordeelde dat in gezinsbijstand de partners als een eenheid worden beschouwd, zodat betrokkene zich niet kon beroepen op onbekendheid met de financiële situatie van haar ex-partner. Betrokkene had geen bijzondere omstandigheden aangetoond die afzien van terugvordering rechtvaardigen. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, waarmee de intrekking en terugvordering werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand en inkomensvoorziening wordt ongegrond verklaard.