ECLI:NL:CRVB:2014:2892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich in oktober 2006 ziek met diverse klachten en kreeg in 2008 een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2009 vond een herbeoordeling plaats waaruit bleek dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarop het Uwv besloot de uitkering per 23 juni 2010 te staken.
Na bezwaar werd aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek verricht, waarbij werd vastgesteld dat appellante geen verlies aan verdiencapaciteit had en geen adequaat herstelgedrag vertoonde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde de intrekkingsdatum vast op 23 juni 2010.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de intrekking later had moeten plaatsvinden vanwege niet meegenomen klachten aan linkerheup en handen. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten niet voldoende waren onderbouwd om de intrekking uit te stellen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering per 23 juni 2010 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.