ECLI:NL:CRVB:2014:2911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als medewerker groenvoorziening, meldde zich ziek vanwege rug- en liesklachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees zijn WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek ondeugdelijk was en dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hielden met cumulatieve klachten. Hij overlegde een second opinion van een neurochirurg die een hogere arbeidsongeschiktheid aannam. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, inclusief lichamelijk onderzoek en overleg met specialisten, en dat de aanvullende medische gegevens niet relevant waren voor de peildatum.
De Raad concludeerde dat er voldoende medische grondslag was voor het besluit van het UWV en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.