ECLI:NL:CRVB:2014:2918
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- R. Kooper
- C.H. Bangma
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid opdracht beëindigen vervangende werkzaamheden ambtenaar defensie
Appellante was sinds 2009 werkzaam als medewerker kwaliteitszorg bij het Instituut Defensie Leergangen en kon sinds 2011 wegens ziekte haar functie niet volledig uitoefenen. Na een arbeidsdeskundig onderzoek werd zij ongeschikt geacht voor haar eigen werk en gestart met vervangende werkzaamheden als onderdeel van haar re-integratie. Op 21 februari 2012 kreeg zij de opdracht haar werkzaamheden te beëindigen en naar huis te gaan, wat zij aanvocht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de opdracht geen besluit in de zin van de Awb was. De Centrale Raad vernietigde deze uitspraak en stelde dat de opdracht wel een besluit is, omdat het de kern van de ambtelijke rechtspositie raakt. De Raad oordeelde dat het beëindigen van de eigen functie gerechtvaardigd was, maar dat het stoppen met vervangende werkzaamheden onredelijk was, omdat appellante zich bereid had verklaard deze voort te zetten en deze werkzaamheden niet stresserend waren.
De Raad droeg de commandant op binnen acht weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, inclusief een beslissing over de door appellante gevorderde schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 4 september 2014.
Uitkomst: De opdracht tot het beëindigen van vervangende werkzaamheden was onredelijk en de commandant moet een nieuwe beslissing nemen.