Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding dat zij samenwoonde met een vriend, liet het college van Amstelveen een onderzoek uitvoeren door het commerciële bedrijf SV Land (SVL). Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek, waarnemingen, een onaangekondigd huisbezoek en een hoorzitting. Op basis van de bevindingen trok het college de bijstand in en vorderde kosten terug.
Appellante stelde dat de onderzoeksgegevens onrechtmatig waren verkregen omdat SVL een commercieel bedrijf is dat werkt op basis van een 'no cure no pay'-constructie en dat de medewerkers zich onterecht als fraudepreventiemedewerkers van de gemeente presenteerden. Volgens haar mocht het college deze kerntaken niet uitbesteden aan een privaat bedrijf.
De Raad overwoog dat artikel 7, vierde lid, WWB bepaalt dat kerntaken zoals het nemen van besluiten over bijstand en individuele gevalsbehandeling binnen het publieke domein moeten blijven en niet mogen worden uitbesteed aan private partijen. De onderzoeksactiviteiten van SVL vielen onder deze kerntaken. Het gebruik van de onderzoeksresultaten was daarom onrechtmatig en ontoelaatbaar.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de eerdere besluiten tot intrekking en terugvordering, en veroordeelde het college in de kosten van appellante. De uitspraak benadrukt het belang van het behoud van publieke verantwoordelijkheid bij de uitvoering van sociale zekerheidswetten.