ECLI:NL:CRVB:2014:296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor overschrijding redelijke termijn in rechterlijke fase
Verzoekster had een procedure lopen tegen het college van burgemeester en wethouders van Den Haag over een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De procedure duurde ruim vier jaar en vijf maanden, wat leidde tot een vermoeden van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek en betrok de Staat der Nederlanden als partij in de procedure over de vergoeding van schade wegens deze termijnoverschrijding. De Staat erkende de overschrijding en stelde een redelijke vergoeding van €500 voor.
Verzoekster vorderde deze vergoeding vermeerderd met wettelijke rente vanaf vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak. De Raad wees dit toe, maar wees het verzoek om vergoeding van reis- en verletkosten af. Proceskosten waren reeds eerder behandeld.
De Raad veroordeelde de Staat tot betaling van €500 plus wettelijke rente, waarmee de procedure werd afgesloten.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding plus wettelijke rente wegens overschrijding van de redelijke termijn.