ECLI:NL:CRVB:2014:3105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, maar meldde niet uit eigen beweging een bankrekening in Marokko met aanzienlijke tegoeden. Na onderzoek door sociale recherche concludeerde het bestuur dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden, wat leidde tot intrekking van de bijstand vanaf 1 juni 2011 en terugvordering van kosten over de periode vanaf 29 februari 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Het beroep tegen de terugvordering werd ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat zij alle gegevens had verstrekt en dat het vermogen onder de vermogensgrens lag, maar de Raad oordeelde dat zij onvoldoende inzicht gaf in haar financiële positie.
De Raad benadrukte dat het bestuur aannemelijk had gemaakt dat de voorwaarden voor intrekking waren vervuld, mede door het ontbreken van volledige bankafschriften en onduidelijkheid over de herkomst en besteding van gelden. De terugvordering werd niet gematigd vanwege de onduidelijkheid over het vermogen. De Raad bevestigde daarom beide aangevallen uitspraken en wees de beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.