Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
.
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 29 november 2011 een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering. Het UWV heeft op 10 januari 2012 om aanvullende gegevens gevraagd, die uiterlijk op 6 maart 2012 verstrekt moesten worden. Appellant heeft geen aanvullende gegevens aangeleverd, maar verzocht wel om beoordeling van zijn aanvraag.
Het UWV heeft daarop op 14 maart 2012 besloten de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit bevestigd en geoordeeld dat het UWV terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij nog steeds arbeidsongeschikt is en dat het UWV zijn arbeidsongeschiktheid dient te onderzoeken. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het bestuursorgaan terecht heeft vastgesteld dat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om de aanvraag te beoordelen en dat appellant redelijkerwijs in staat was de gevraagde gegevens binnen de gestelde termijn aan te leveren.
De Raad concludeert dat het UWV bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te laten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WAO-aanvraag terecht buiten behandeling heeft gelaten wegens het niet aanleveren van noodzakelijke gegevens.