ECLI:NL:CRVB:2014:3150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstand en toepassing buitenwettelijk begunstigend beleid
Appellant heeft gesteld dat hij op 17 februari 2012 digitaal een aanvraag om bijstand had ingediend, maar dit kon niet worden bevestigd omdat digitale aanvragen destijds niet mogelijk waren en er geen schriftelijke aanvraag of ontvangstbevestiging was.
Het college heeft het bezwaar tegen de ingangsdatum van de bijstand afgewezen omdat niet is gebleken dat appellant eerder een aanvraag had gedaan en omdat bijstand met terugwerkende kracht alleen in bijzondere omstandigheden wordt toegekend, die hier niet aanwezig waren.
De Raad overwoog dat een aanvraag om bijstand schriftelijk moet worden gedaan en dat een inschrijving als werkzoekende bij het UWV niet gelijkstaat aan een aanvraag om bijstand. Ook het contact op 24 februari 2012 was onvoldoende om een aanvraag aan te nemen.
Verder is het buitenwettelijk begunstigend beleid van het college dat bij afwijzing van een WW-uitkering bijstand wordt verleend met ingang van de datum waarop de WW-uitkering zou zijn ingegaan, mits de belanghebbende zich binnen vijf werkdagen na afwijzing meldt, correct toegepast.
Appellant heeft zich pas op 15 augustus 2012 gemeld, waardoor niet aan deze voorwaarde is voldaan. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de bijstand blijft 17 augustus 2012.