ECLI:NL:CRVB:2014:316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.S. van der Kolk
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden en inkomsten
Appellant ontving sinds 1994 een WAO-uitkering die het UWV in 2010 herzag en terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering over de periode 2004-2008 vorderde. Dit betrof werkzaamheden die appellant na de uitval van zijn echtgenote in een onderneming op haar naam verrichtte, zonder deze inkomsten op te geven.
De rechtbank oordeelde dat appellant inderdaad werkzaamheden verrichtte met een loonwaarde, maar dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de volledige gecorrigeerde winst aan appellant moest worden toegerekend. Na een nadere beslissing van het UWV werd het beroep deels ongegrond verklaard en deels niet-ontvankelijk wegens het ontvallen van procesbelang.
In hoger beroep stelde appellant dat er geen sprake was van loonwaardeerbare werkzaamheden en dat de fiscale winstverdeling doorslaggevend moest zijn. De Raad stelde vast dat appellant sinds oktober 2004 werkzaamheden verrichtte en geen opgave deed van inkomsten, waardoor het UWV de inkomsten redelijk mocht schatten. Appellant faalde erin deze schatting te weerleggen met concrete en verifieerbare gegevens.
De Raad bevestigde dat de gecorrigeerde winst, hoewel fiscaal aan de echtgenote werd toegerekend, redelijkerwijs aan appellant kon worden toegerekend vanwege zijn werkzaamheden. De verklaring van de zoon van appellant werd niet doorslaggevend geacht. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden en inkomsten.