ECLI:NL:CRVB:2014:3166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.I. van der Kris
- E.W. Akkerman
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering en toekenning loongerelateerde WGA-uitkering
Appellante viel sinds februari 2008 uit wegens zwangerschaps- en andere gezondheidsklachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na meerdere ziekmeldingen en medische onderzoeken kende het UWV haar vanaf 16 mei 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 53,9%.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde in hoger beroep dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering. De Raad toetste het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die rekening hielden met haar fysieke en psychische klachten en concludeerden dat zij beperkt maar niet volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad vond geen aanleiding om aan deze conclusies te twijfelen, ook niet op basis van aanvullende medische stukken van appellante. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 10 augustus 2010 werd als passend beoordeeld, inclusief de urenbeperking. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat appellante recht heeft op een WGA-uitkering en niet op een IVA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 16 mei 2011 en geen IVA-uitkering.