ECLI:NL:CRVB:2014:3198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm na controle woonsituatie
Appellant ontving studiefinanciering volgens de uitwonende norm over 2012, terwijl hij vanaf september 2011 stond ingeschreven op een adres waar hij volgens controle slechts twee à drie nachten per week verbleef. De Minister herzag de studiefinanciering naar de thuiswonende norm en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de feitelijke woonsituatie leidend is en de verklaring van de hoofdbewoner dat appellant slechts enkele nachten op het adres verbleef overtuigend was. Appellant voerde onder meer aan dat hij wel degelijk het grootste deel van de week op het adres verbleef en dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat hij vooraf niet kon reageren.
De Centrale Raad oordeelde dat de Minister aan de bewijslast had voldaan met het huisbezoekrapport en de verklaring van de hoofdbewoner. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de verklaring, ook niet vanwege de matige taalbeheersing van de hoofdbewoner. Het feit dat appellant slechts twee à drie nachten sliep, betekent niet dat hij de overige dagen ook op het adres verbleef.
De Raad wees ook het betoog van appellant af dat het onderzoek onzorgvuldig was, omdat hij voldoende gelegenheid had gekregen om zijn visie te geven tijdens de bezwaarprocedure. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en het besluit van de Minister, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van studiefinanciering naar de thuiswonende norm en wijst het hoger beroep af.