ECLI:NL:CRVB:2014:3217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.J.A.M. van Brussel
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding wegens overwegend aandeel college in impasse bij re-integratie ambtenaar
Appellante was sinds 1998 in dienst bij de gemeente en meldde in 2010 ongewenst gedrag, wat volgens onderzoek neerkwam op een arbeidsconflict en functioneringsproblemen. Het college plaatste haar bovenformatief met een re-integratietermijn van 14 maanden, waarna ontslag wegens onbekwaamheid werd aangekondigd.
De re-integratie verliep moeizaam, met tussentijdse overplaatsingen en uiteindelijk beëindiging van werkzaamheden. Appellante meldde zich ziek en hervatte later niet haar werkzaamheden. Het college verleende eervol ontslag en kende een minimale ontslagvergoeding toe.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college onvoldoende heeft geprobeerd de slechte verhoudingen te verbeteren en de re-integratie planmatig aan te pakken. Hierdoor had het college een overwegend aandeel in de impasse.
De Raad stelde het aandeel van het college op 51% tot 65% en bepaalde dat de financiële gevolgen van het afbreken van de re-integratie voor rekening van het college blijven. De ontslagvergoeding werd berekend door het aantal dienstjaren te delen door twee, te vermenigvuldigen met het bruto maandsalaris inclusief vakantietoeslag, en vervolgens met een factor 0,5.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het college veroordeeld tot betaling van de vergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van een ontslagvergoeding en proceskosten wegens een overwegend aandeel in de impasse bij de re-integratie van appellante.