Uitspraak
OVERWEGINGEN
.De Raad ziet dan ook aanleiding, met het oog op de finale beslechting van het geschil, zelf in de zaak te voorzien.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingetrokken gekregen wegens het niet verstrekken van inlichtingen. Na het indienen van nieuwe aanvragen voor algemene en bijzondere bijstand gaf het college hersteltermijnen om ontbrekende gegevens te overleggen. Appellant leverde handgeschreven overzichten en bonnen aan, maar het college stelde de aanvragen buiten behandeling wegens onvoldoende gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij geen deugdelijke boekhouding had overgelegd. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel adequaat had gereageerd en voldoende gegevens had verstrekt. De Raad oordeelde dat het college de gegevens wel had beoordeeld, maar dat de administratie niet verifieerbaar was vanwege het ontbreken van een kasboek, kassabonnen en tegenstrijdigheden.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en de besluiten van het college, en stelde in de plaats daarvan de afwijzing van de aanvragen. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De beslissing is genomen op 7 oktober 2014 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De aanvragen om algemene en bijzondere bijstand worden afgewezen wegens onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens over de inkomsten van appellant.