ECLI:NL:CRVB:2014:3299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering en maatschappelijke opvang wegens verblijfstitel en termijnoverschrijding
Appellante, een alleenstaande vrouw uit Burundi, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die in 2011 werd ingetrokken. Het college trok haar bijstandsuitkering in en vorderde eerder betaalde bedragen terug omdat zij geen geldige verblijfstitel meer had.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit te laat. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen intrekking en terugvordering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar verklaarde de beroepen tegen de bezwaarbesluiten gegrond en vernietigde deze. De aanvragen voor bijstand en maatschappelijke opvang werden afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden en niet als kwetsbaar persoon werd aangemerkt.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dat de besluiten correct bekend zijn gemaakt aan het laatst bekende adres tijdens haar bewaring en dat het bezwaar te laat is ingediend zonder verschoonbare reden. Ook werd geoordeeld dat appellante geen aanspraak kan maken op bijstand of maatschappelijke opvang, ook niet op grond van artikel 8 EVRM Pro. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.