Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 20 september 2012 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een Wajong-uitkering en toeslag, maar het UWV stelde bij besluiten van mei 2010 vast dat appellant vanwege zijn inkomsten vanaf oktober 2007 geen recht had op toeslag en dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% was, waardoor de uitkering niet werd uitbetaald. Het UWV vorderde de onverschuldigde bedragen van ruim €46.000 terug. Appellant maakte bezwaar en voerde aan niet onder de Wajong te vallen, maar onder de WAO.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het aangevoerde buiten de reikwijdte van het besluit viel. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar het UWV handhaafde de terugvordering met een lichte bijstelling van het bedrag. De Raad beoordeelde het bezwaar op basis van de Wet Wajong en de Toeslagenwet, en bevestigde dat het UWV het buitenwettelijke, begunstigende en consistent toegepaste beleid correct had toegepast.
De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen en dat het hem redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat hij te veel uitkering ontving. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €46.884,75 bevestigd.