ECLI:NL:CRVB:2014:3307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid voor toekenning IVA-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als management assistente, meldde zich ziek vanaf 7 september 2009 en vroeg op 30 maart 2011 een WIA-uitkering aan. Het UWV kende haar per 14 september 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 59%, later verhoogd naar 80-100% op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Appellante voerde bezwaar aan tegen de classificatie van haar arbeidsongeschiktheid als niet duurzaam en stelde dat zij recht had op een IVA-uitkering. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en onderschreef het oordeel van de verzekeringsarts dat de situatie niet duurzaam was. De verzekeringsarts baseerde dit op een redelijk stabiel ziektebeeld met behandelmogelijkheden en een verwachting van verbetering van de belastbaarheid.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en overhandigde aanvullende medische stukken. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke afweging had gemaakt over de kans op herstel, waarbij de ingezette behandelingen verbetering konden bieden. De Raad concludeerde dat appellante op de peildatum niet voldeed aan de voorwaarden voor een IVA-uitkering, waardoor de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een IVA-uitkering omdat haar volledige arbeidsongeschiktheid per 14 september 2011 niet duurzaam was.