ECLI:NL:CRVB:2014:334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellante ontving bijstand volgens de WWB, maar het college stelde vast dat zij van 1 januari tot en met 31 juli 2011 geen woonplaats had in de gemeente ’s-Gravenhage. Op basis van een onderzoek, inclusief een verhoor en huisbezoek, concludeerde het college dat appellante in die periode in Alkmaar verbleef. Hierdoor werd de bijstand herzien en teruggevorderd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar verklaring onder emotionele druk was afgelegd en dat zij niet eerder kon reageren op haar verklaring. De Raad oordeelde echter dat de verklaring van 9 augustus 2011 rechtsgeldig is en dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden. Dit gaf het college het recht de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
Daarnaast was het college bevoegd om een maatregel te treffen vanwege de schending van de inlichtingenplicht, en kon het de terugvordering bruto maken. De Raad vond geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraken en bevestigde deze, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering en maatregel wegens het ontbreken van woonplaats in de gemeente.