ECLI:NL:CRVB:2014:3354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand en terugvordering voorschot wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving van april 2010 tot december 2011 bijstand, die werd beëindigd vanwege vertrek naar Turkije. Na meerdere reizen tussen Nederland en Turkije vroeg appellant opnieuw bijstand aan, waarop het college een voorschot verleende. Dit werd later ingetrokken en teruggevorderd omdat appellant niet kon aantonen hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag en hoe hij zes vliegtickets betaalde.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde, met name geen controleerbare stukken over de lening van €7.000,- van zijn moeder, en dat het ontbreken van aanvullende bewijsstukken voor zijn rekening kwam. Appellant voerde aan dat de transacties contant waren, maar dit bood onvoldoende duidelijkheid.
De Raad bevestigde dat de bewijslast bij appellant lag en dat hij zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen. De verklaring over de lening was te algemeen en gaf geen inzicht in het gebruik van het geld. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstand en terugvordering van het voorschot bevestigd.