ECLI:NL:CRVB:2014:3355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven arbeidsuren
Appellant ontving bijstand en meldde per 1 september 2010 werk te hebben gevonden als oproepbezorger bij een pizzeria. Het college herzag de bijstand op basis van deze melding. Later bleek uit een controle dat appellant in de keuken werkte en meer uren maakte dan opgegeven. Een onderzoek met waarnemingen en getuigenverklaringen leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode 1 juli 2010 tot 15 oktober 2011.
Appellant voerde aan dat de waarnemingen onrechtmatig waren en dat niet bewezen kon worden dat hij de inlichtingenplicht over de gehele periode had geschonden. De Raad oordeelde dat de waarnemingen proportioneel en subsidiar waren en dat de melding van de inspecteur een gegrond vermoeden van fraude opleverde. Tevens was vastgesteld dat appellant vanaf 1 juli 2010 werkte, terwijl hij dit pas later had gemeld, en dat hij meer uren werkte dan opgegeven.
Omdat appellant geen administratie van gewerkte uren en ontvangen fooien kon overleggen, kon hij niet aannemelijk maken dat hij recht had op volledige of aanvullende bijstand. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van meer gewerkte uren.