ECLI:NL:CRVB:2014:3361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand gehuwden naar alleenstaande norm wegens verblijf echtgenote in buitenland
Appellant ontving bijstand sinds 1997, aanvankelijk naar de gehuwdennorm en vanaf 2009 naar de alleenstaandennorm. Na een melding van de Sociale Verzekeringsbank dat de echtgenote van appellant in Egypte woonde, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Op basis daarvan herzag het college de bijstand over 2001-2009 en vorderde het een bedrag van €35.493,52 terug, omdat werd aangenomen dat de echtgenote haar hoofdverblijf in Egypte had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het college onvoldoende feitelijke grondslag heeft geleverd. De verklaringen van de kinderen, opgenomen in een samenvatting van de Sociale Verzekeringsbank, zijn niet verifieerbaar en de getuigenverklaringen van buurtbewoners zijn tegenstrijdig en gebaseerd op aannames.
De Raad concludeert dat het centrum van het maatschappelijk leven van de echtgenote niet voldoende is vastgesteld in Egypte en vernietigt het bestreden besluit en het eerdere besluit van het college. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.