Uitspraak
13 februari 2013, 12/939 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bij het college bezwaar gemaakt tegen een brief van 2 februari 2012 waarin het college reageerde op haar verzoek om de vermogenstoets van de WWB buiten toepassing te laten. De Raad oordeelt dat deze brief geen besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar slechts informatie bevatte en daarom het bezwaar niet-ontvankelijk was.
Het college had het bezwaar ten onrechte ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit van 17 augustus 2012 dat dit bevestigde wordt vernietigd. De Raad verklaart het bezwaar zelf niet-ontvankelijk en treedt daarmee in de plaats van het vernietigde besluit. De Raad komt niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de vermeende strijd met het EVRM en IVBPR.
Daarnaast veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 oktober 2014.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van het college wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.