ECLI:NL:CRVB:2014:3372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieambtenaar wegens plichtsverzuim door ongeoorloofde afwezigheid en ongewenste omgangsvormen
Betrokkene was werkzaam als senior medewerker Bijzondere Wetten bij de politieregio Kennemerland en werd geconfronteerd met een disciplinair onderzoek naar plichtsverzuim. Dit betrof onder meer ongeoorloofde afwezigheid, het geven van ongewenste omgangsvormen richting burgers en het wekken van de indruk van het accepteren van schijnbeheer.
De rechtbank had het ontslag vernietigd omdat het plichtsverzuim niet als ernstig genoeg werd beschouwd. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. Hoewel niet is vastgesteld dat betrokkene schijnbeheer faciliteerde, is zijn gedrag op het gebied van ongeoorloofde afwezigheid en omgangsvormen ernstig en herhaaldelijk, en heeft hij zelfs bewust gelogen over zijn afwezigheid.
De Raad benadrukt dat de hoge integriteitseisen voor politieambtenaren dit gedrag ontoelaatbaar maken en dat het vertrouwen in betrokkene daardoor ernstig is geschaad. Gezien de ernst van het plichtsverzuim is ontslag gerechtvaardigd, ongeacht de lange staat van dienst en leeftijd van betrokkene. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van de politieambtenaar wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.