ECLI:NL:CRVB:2014:3383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.J.T. van den Corput
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid, maar na een herbeoordeling in 2007 werd dit teruggebracht tot minder dan 15%. In 2009 meldde appellant zich ziek vanwege rug- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde een WAO-uitkering per 2011 op basis van een beoordeling dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV vanwege een onjuiste wachttijdtoepassing en beval een hernieuwde beoordeling. Het UWV handhaafde daarop het besluit, gesteund door medische en arbeidsdeskundige rapporten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant geen aanvullende medische gegevens aanleverde.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder dat een persoonlijk onderzoek had moeten plaatsvinden en dat hij recht had op een WAO-uitkering. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde dat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd en wees het hoger beroep af. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.