ECLI:NL:CRVB:2014:3388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand aan thuisloze wegens niet-inschrijving op verblijfadres
Appellant, die bijstand ontving op grond van de WWB, werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken omdat hij niet op het opgegeven adres verbleef en geen controleerbare gegevens over zijn verblijfplaats verstrekte. Na inschrijving op een door de ISD beschikbaar gesteld adres vroeg appellant opnieuw bijstand aan, welke aanvankelijk werd toegekend maar later weer werd beëindigd vanwege zijn thuisloze status en het ontbreken van inschrijving op het adres waar hij het meest verbleef.
De ISD hanteert een buitenwettelijk begunstigend beleid voor thuislozen, waarbij een termijn van twee maanden wordt gegeven om zich in te schrijven op het meest gebruikte adres, met inschrijving op een tijdelijk adres als tussenoplossing. Appellant had geen toestemming gekregen van kennissen om zich in te schrijven op het verblijfadres, maar dit werd als een omstandigheid voor zijn eigen risico beschouwd.
Appellant voerde ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan omdat hij in een andere gemeente wel bijstand had gekregen, maar dit werd verworpen vanwege de gedecentraliseerde uitvoering van de WWB en het daardoor mogelijk uiteenlopend beleid.
De Raad oordeelde dat het beleid consistent was toegepast en dat appellant onvoldoende controleerbare gegevens had verstrekt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand bevestigd.