ECLI:NL:CRVB:2014:3407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand en terugvordering bijstand wegens niet-melding werkzaamheden
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en vroeg bijzondere bijstand aan voor de eerste maand huur en een waarborgsom, welke het college afwees omdat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren en uit eigen inkomen of vermogen moeten worden voldaan.
Na een signaal over een dienstverband bij een werkgever stelde het college een onderzoek in en concludeerde dat appellant inkomsten had ontvangen zonder dit te melden, waardoor de bijstand werd herzien en teruggevorderd. Tevens werd de bijstand verlaagd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant voerde aan dat hij de werkzaamheden wel had gemeld en dat hij geen loon had ontvangen, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat de afwijzing van bijzondere bijstand terecht was en dat het college bevoegd was tot herziening, terugvordering en verlaging van de bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.