ECLI:NL:CRVB:2014:3451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek heropening WAO-uitkering wegens ontbreken relevante toename beperkingen
Appellant heeft sinds 1999 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van whiplashklachten. Na intrekking van deze uitkering in 2005 wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid, verzocht appellant om heropening van de uitkering. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen omdat binnen vijf jaar na intrekking geen onafgebroken vier weken toegenomen beperkingen waren vastgesteld die voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het oordeel van verzekeringsartsen dat geen sprake was van toegenomen beperkingen werd gevolgd. In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd en verwees naar een functionele mogelijkhedenlijst en een neuropsychologisch rapport. Het UWV betwistte echter de relevantie en actualiteit van deze medische gegevens.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 43a WAO de arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking moet zijn toegenomen en onafgebroken vier weken moet duren. De Raad vond geen aanknopingspunten voor een relevante toename van beperkingen en verwierp het ingebrachte rapport als onvoldoende om het medisch oordeel te weerleggen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot heropening van de WAO-uitkering bevestigd.