ECLI:NL:CRVB:2014:3512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurschuld na ontruiming woning
Appellant heeft bijzondere bijstand gevraagd voor een huurschuld van €4.195,51, maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit af op grond van artikel 13 lid 1 onder Pro g van de WWB, dat bijstand voor schulden uitsluit indien de betrokkene over middelen beschikt om in noodzakelijke kosten te voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het college ten onrechte geen bijzondere bijstand had verleend, omdat er zeer dringende redenen zouden bestaan volgens artikel 49 lid 1 onder Pro b WWB.
De Raad oordeelde dat de beleidsregels bijstandsverlening voor schulden alleen van toepassing zijn bij bedreigende schuldsituaties, zoals dreigende huisuitzetting. Omdat appellant in maart 2012 al was ontruimd, bestond geen dreiging meer en was er geen grond voor bijstand. Het feit dat de ontruiming niet geheel aan appellant te verwijten was, deed hieraan niet af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor de huurschuld wordt afgewezen omdat geen zeer dringende redenen meer bestaan na ontruiming van de woning.