ECLI:NL:CRVB:2014:3572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet meewerken aan re-integratietraject
Appellant ontvangt sinds 2009 bijstand en is meerdere malen gestart met re-integratietrajecten die niet succesvol zijn afgerond vanwege houdingsproblemen. Op 14 mei 2012 legde het college appellant de verplichting op om deel te nemen aan een nieuw re-integratietraject bij Sagenn, dat op maat was afgestemd en gericht was op arbeidsinschakeling. Appellant weigerde echter mee te werken en verscheen niet op het traject.
Het college verlaagde daarop de bijstand met 100%, later verlaagd naar 75%, als maatregel wegens het niet voldoen aan de verplichtingen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college een zorgvuldige, persoonsgerichte afweging heeft gemaakt bij het opleggen van het traject en dat appellant geen objectieve medische gronden heeft aangevoerd om het traject als niet passend te beschouwen.
Verder stelt de Raad dat appellant niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot arbeidsinschakeling en dat de maatregel proportioneel is gezien de ernst van de gedraging en eerdere niet succesvolle trajecten. Het hoger beroep wordt afgewezen en de verlaging van de bijstand gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand met 75% wegens het niet meewerken aan het re-integratietraject.