ECLI:NL:CRVB:2014:3680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na een melding van de verhuurder dat appellant niet op dat adres woonde, voerde de gemeente een onderzoek uit, waarbij bleek dat appellant de woning nauwelijks gebruikte en vaak elders verbleef. Op basis hiervan trok het college de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaring van de verhuurmedewerker en het onderzoek van de gemeente een toereikende grondslag vormden om aan te nemen dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. Ook de verklaringen van buurtbewoners over geluidsoverlast en het feit dat de woning leeg stond, ondersteunden dit.
Hoewel appellant in een strafrechtelijke procedure werd vrijgesproken, is de bestuursrechter hier niet aan gebonden. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand, omdat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.