ECLI:NL:CRVB:2014:375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland zonder acute noodsituatie
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Wageningen trok de bijstand met ingang van 8 november 2011 in, omdat appellante langer dan de toegestane dertien weken in het buitenland verbleef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege een ernstige malaria-aanval en ziekenhuisopname in Kameroen niet in staat was tijdig terug te keren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor een acute noodsituatie zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat zij vóór 8 november 2011 niet kon terugreizen. Zij verbleef na ontslag vier dagen in het ziekenhuis en daarna bij familie, en was na twee weken weer in staat activiteiten te verrichten.
Daarmee was geen sprake van zeer dringende redenen die het verlenen van bijstand onvermijdelijk maakten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Arnhem die het beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat geen sprake was van een acute noodsituatie.