ECLI:NL:CRVB:2014:3766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekening en inkomen
Appellante ontvangt sinds 1984 bijstand op grond van de WWB. Na een bestandsvergelijking met de Belastingdienst kwam aan het licht dat zij een bankrekening bij Fortisbank niet had gemeld. Onderzoek toonde periodieke bijschrijvingen van ruim €21.700 in 2006-2007, afkomstig van haar dochter. Het college herzag daarop de bijstand en vorderde €13.359,85 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde zij dat de bedragen niet als inkomen mochten worden aangemerkt omdat deze bestemd waren voor schuldaflossing en dat kasstortingen afkomstig waren van haar eigen ING-rekening. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de bedragen kon beschikken en dat de kasstortingen niet konden worden herleid tot haar ING-rekening.
De Raad stelde vast dat de bijschrijvingen als inkomen moeten worden beschouwd, omdat zij periodiek werden ontvangen en voor levensonderhoud konden worden gebruikt. Door de niet-melding schond appellante haar inlichtingenverplichting, waardoor het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.