ECLI:NL:CRVB:2014:3806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteoplegging wegens schending inlichtingenplicht in Toeslagenwet
De zaak betreft een hoger beroep tegen een boetebesluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) aan betrokkene wegens het niet melden van inkomsten uit werkzaamheden als huishoudelijke hulp sinds 1 mei 2006.
De rechtbank had het boetebesluit deels vernietigd vanwege procedurele gebreken na 1 juli 2009, waaronder het ontbreken van een adequaat boeterapport en het niet naleven van functiescheiding. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief van 10 oktober 2011 als boeterapport kan gelden en dat de functiescheiding wel is nageleefd.
Verder concludeert de Raad dat de brief voldoende duidelijkheid biedt over het verwijt en dat het ontbreken van een exacte einddatum van de overtreding in de brief geen nadeel voor betrokkene oplevert. Betrokkene heeft de inlichtingenplicht objectief en subjectief geschonden, en de opgelegde boete is evenredig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het boetebesluit wordt ongegrond verklaard en de boete van € 2.210,- blijft gehandhaafd.