ECLI:NL:CRVB:2014:3820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag trapliften wegens verhuizing naar niet passende woning
Appellant, rolstoelgebonden en niet in staat trap te lopen, verhuisde van een eengezinswoning naar een ruime gelijkvloerse portiekwoning die alleen via twee trappen toegankelijk is. Hij vroeg het college om twee trapliften, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat de nieuwe woning niet passend is voor zijn beperkingen en hij geen schriftelijke toestemming had voor deze verhuizing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen passendere woning beschikbaar was ten tijde van zijn verhuizing. Ook de aanwezigheid van zijn broer in de woning werd niet als voldoende reden gezien om af te wijken van de regels.
De hardheidsclausule werd niet van toepassing geacht. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het besluit van het college, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor trapliften wordt afgewezen omdat appellant verhuisde naar een niet passende woning zonder toestemming.