ECLI:NL:CRVB:2014:3845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag bij ontbreken geldige verblijfsvergunning ondanks internationale verdragen
Appellante, afkomstig uit China, heeft kinderbijslag ontvangen voor haar in Nederland geboren zoon totdat dit recht werd beëindigd wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning vanaf het derde kwartaal van 2010. Na een nieuwe aanvraag in 2012 werd deze afgewezen omdat zij niet verzekerd is voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) zonder verblijfsvergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad dat de nationale regelgeving bevestigt. In hoger beroep voerde appellante aan slachtoffer te zijn van mensenhandel en stelde dat het onthouden van kinderbijslag in strijd is met het VN-Vrouwenverdrag, mede gezien haar onuitzetbaarheid en financiële situatie.
De Raad oordeelde dat het nationale recht geen recht op kinderbijslag verleent zonder verblijfsvergunning en dat internationale verdragen zoals het EVRM, IVRK en VN-Vrouwenverdrag dit niet wijzigen. Er zijn geen schrijnende omstandigheden die het koppelingsbeginsel buiten toepassing laten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op kinderbijslag wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.