ECLI:NL:CRVB:2010:BN2492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag wegens niet-rechtmatig verblijf en weigering toepassing hardheidsclausule
Appellant, geboren in 1968, kwam in 1989 vanuit Turkije naar Nederland en werkte hier tot 2005. Hij vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen vanaf 2004, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef en daardoor niet verzekerd was onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank bevestigde dit oordeel, en in hoger beroep stelde appellant dat hij wel verzekerd was omdat er loonbelasting en premies werden ingehouden. Ook beriep hij zich op internationale verdragen en de hardheidsclausule in KB 746. De Raad oordeelde dat appellant geen arbeid verrichtte zoals vereist en niet rechtmatig verbleef, waardoor de hardheidsclausule terecht niet werd toegepast.
Verder oordeelde de Raad dat internationale verdragen geen rechtstreekse werking hebben om het recht op kinderbijslag te creëren en dat het onderscheid naar nationaliteit gerechtvaardigd is. Ten slotte constateerde de Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure en besloot het onderzoek te heropenen met de Staat der Nederlanden als partij voor een nadere uitspraak over schadevergoeding.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op kinderbijslag omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef en de hardheidsclausule niet wordt toegepast; het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt heropend.