ECLI:NL:CRVB:2014:3848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellante, afkomstig uit Nigeria en moeder van een staatloos kind geboren in Nederland, vroeg kinderbijslag aan die werd geweigerd omdat zij geen geldige verblijfsvergunning bezit. De Sociale Verzekeringsbank handhaafde dit besluit na bezwaar, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat internationale mensenrechtenverdragen en individuele omstandigheden, zoals slachtofferschap van vrouwenhandel en geweld, een uitzondering op het koppelingsbeginsel rechtvaardigen. Tevens werd gewezen op klachten bij VN-comités.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en andere internationale verdragen niet leidde tot een afwijking van het nationale recht. Er zijn geen schrijnende omstandigheden vastgesteld die het koppelingsbeginsel buiten toepassing zouden laten. Het beroep op het VN-Vrouwenverdrag en de klachten bij VN-comités leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van kinderbijslag wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning wordt bevestigd.