ECLI:NL:CRVB:2014:3936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongevraagd ontslag wegens herhaaldelijk ernstig plichtsverzuim bij Wageningen University
Appellant was sinds 1976 werkzaam bij Wageningen University en werd vanaf 1986 universitair hoofddocent. Vanaf 2009 ontstonden conflicten met leidinggevenden, waarna appellant in 2010 uitviel met spanningsklachten. Na een mislukte mediation en een extern onderzoek door deskundige W, werd een plan van aanpak opgesteld om werkhervatting te bevorderen.
Het college nodigde appellant meerdere malen uit voor gesprekken over werkhervatting, waarbij onder meer een intentieverklaring besproken zou worden. Appellant weigerde telkens te verschijnen en gaf schriftelijk aan bezwaren te hebben tegen het plan en het college niet te vertrouwen. Het college kwalificeerde dit als plichtsverzuim en legde disciplinaire maatregelen op, waaronder inhouding van salaris en uiteindelijk ongevraagd ontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij goede redenen had om niet te verschijnen, zoals onvoldoende onderzoek naar herplaatsing en onredelijkheid van de intentieverklaring. De Raad oordeelde dat appellant zijn bezwaren niet in de gesprekken naar voren had gebracht en dat er geen medische belemmeringen waren om deel te nemen.
De Raad concludeerde dat het college terecht had gehandeld en dat de opgelegde straffen niet onevenredig waren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslag wegens herhaaldelijk ernstig plichtsverzuim bevestigd.