ECLI:NL:CRVB:2014:3968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning WAO-uitkering vanaf 5 juni 2007
De appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake de toekenning van een WAO-uitkering. Na een tussenuitspraak van de Centrale Raad van Beroep werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij een arbeidsdeskundig rapport werd toegevoegd.
Het arbeidsdeskundig rapport concludeerde dat per 8 mei 2007 geen passende functies voor appellant beschikbaar waren, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid op 80 tot 100% werd vastgesteld. Het UWV kende daarop met ingang van 5 juni 2007 een WAO-uitkering toe.
De appellant verzocht om een uitkering vanaf 1 januari 2007, maar de Raad oordeelde dat dit verzoek niet kan worden gehonoreerd, mede omdat de keuze voor 8 mei 2007 als peildatum voldoende gemotiveerd is. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit van 3 juli 2014 ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar het UWV werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering vanaf 5 juni 2007 met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.