ECLI:NL:CRVB:2014:3992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, die het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel introk en terugvorderde wegens schending van de inlichtingenverplichting. Het college stelde dat appellant bedrijfsmatige activiteiten niet had gemeld en dat kasstortingen niet waren verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant vanaf 4 augustus 2008 wel degelijk zelfstandige activiteiten ontplooide die niet volledig waren gemeld, wat rechtvaardigt dat bijstand over die periode en de daaropvolgende periode voor gehuwden kan worden ingetrokken. Voor de periode daarvoor ontbreekt voldoende bewijs van dergelijke activiteiten.
Daarnaast heeft het college ten onrechte het recht op bijstand over perioden met kasstortingen niet vastgesteld, omdat niet is bewezen dat deze kasstortingen uit eigen middelen kwamen of dat er meer inkomsten waren dan de kasstortingen zelf. Ook is de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellante voor terugvordering van kosten van appellant onjuist.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit voor zover het de intrekking en terugvordering betreft, en draagt het college op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt deels vernietigd en het college wordt opgedragen opnieuw te beslissen.