ECLI:NL:CRVB:2014:3997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en afwijzing bijstandsaanvragen wegens schending inlichtingenplicht en handel in drugs
Appellant ontving vanaf januari 2011 bijstand, maar deze werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht nadat hij was aangehouden op verdenking van handel in verdovende middelen. Het college vorderde de bijstandskosten terug en wees latere aanvragen af omdat appellant geen aannemelijke gewijzigde omstandigheden kon aantonen.
De politie vond op twee momenten bolletjes heroïne en cocaïne en contant geld in de woning en auto van appellant. Verklaringen van een drugsgebruiker bevestigden de handel. Appellant ontkende dit en stelde dat hij alleen drugs voor eigen gebruik kocht en dat hij geen administratie hoefde bij te houden. De Raad oordeelde dat appellant door het niet verstrekken van informatie zijn inlichtingenplicht schond, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellant voerde aan dat hij geen inkomen had en schulden opliepen, maar dit vormde geen dringende reden om terugvordering achterwege te laten. De Raad bevestigde dat het college terecht de bijstand introk en aanvragen afwees. Ook de afwijzing van bijzondere bijstand werd bevestigd omdat de draagkracht over het hele kalenderjaar wordt beoordeeld en niet kon worden vastgesteld door de eerdere intrekkingen.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor gewijzigde omstandigheden en dat de intrekking en afwijzing van bijstand en bijzondere bijstand rechtmatig waren. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en de hoger beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en afwijzing van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en handel in drugs.