ECLI:NL:CRVB:2014:4041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervoersvoorziening elektrische tweewielfiets wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een vervoersvoorziening aan in de vorm van een tweewielfiets met elektrische trapondersteuning vanwege beperkingen door COPD. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af omdat geen medische of maatschappelijke noodzaak was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische verklaringen geen noodzaak voor een elektrische fiets aantonen en dat appellante in staat is korte afstanden te lopen en 30 minuten te fietsen. Ook was onvoldoende gebleken dat openbaar vervoer of collectief vervoer door psychische klachten niet mogelijk zou zijn.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en voegde zij toe dat zij maximaal 400 meter kan lopen en dat openbaar vervoer niet mogelijk is vanwege hyperventilatie en paniekaanvallen. De Raad concludeerde echter dat geen nieuwe medische gegevens waren overgelegd die de noodzaak voor een elektrische fiets of het onvermogen om gebruik te maken van openbaar vervoer onderbouwen.
De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat het college niet gehouden is tot verstrekking van de voorziening. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor een elektrische tweewielfiets bevestigd.